Gebruik access points  voor het niet merkbaar overgaan van het ene accesspoint naar het andere (roaming). Dit zorgt voor een optimale WiFi ervaring.

Een access point is een draadloos toegangspunt. Het zorgt ervoor dat je een WiFi-verbinding kunt maken. Dat is het enige dat een access point doet, een draadloos signaal uitzenden waarmee je met een laptop, tablet of ander apparaat kunt verbinden. Een access point sluit je met een UTP kabel op jouw WiFi-modem of kabelmodem.

Plaats een access point op het punt waar je WiFi-bereik wegvalt of je snelheid niet optimaal is.

Bijvoorbeeld op de plek waar je tablet of mobiel 2 of minder WiFi-streepjes heeft.

Gebruik dezelfde WiFi-netwerknaam per frequentie (2.4 GHz en 5 GHz) zowel op je WiFi-modem als op je acces point.

Bijvoorbeeld: Thuis 2,4 GHz en Thuis 5 GHz

Bij aanschaf koop dan een access point met 5 GHz en AC functionaliteit om op de lange termijn méér uit je WiFi-netwerk te kunnen halen.

Verbindt access points via een netwerkkabel (UTP).

Is er geen netwerkkabel mogelijk? Gebruik dan access points die via het stroomnetwerk verbinding maken (powerline access point).

Verbindt apparaten (tablet, telefoon enz.) met de 5 GHz frequentie indien dit mogelijk is. Dit maakt de 2.4GHz frequentie vrij voor andere apparaten.

Gebruik 2 aparte WiFi-netwerknamen (SSID’s) voor de 2,4 GHz frequentie en de 5 GHz frequentie.

Bijvoorbeeld: Thuis 2,4 GHz en Thuis 5 GHz